AlgemeenOver de verenigingOver sarcoïdoseVoor lotgenotenBelangenbehartigingLidmaatschap  
   
Over SarcoïdoseZiektebeeldWat is sarcoïdose AchtergrondinformatieOorzaakKlachten en verschijnselen Verloop Diagnose algemeen Diagnose botten Diagnose gewrichten Diagnose hart Diagnose huid Diagnose KNO Diagnose lever en nieren Diagnose longen Diagnose ogen Diagnose spieren Diagnose vermoeidheid Diagnose zenuwstelsel Behandeling Medicijnen   Diagnose KNO

Sarcoïdose van het keel-, neus- en oorgebied
Er bestaat in de keel-, neus-, oorheelkunde bijna geen klacht die niet op basis van sarcoïdose verklaard zou kunnen worden. De ziekte kan voorkomen in het oor, de neus en de neusbijholten, in het slijmvlies van de bovenste lucht- en voedselweg (mond, keel, strottenhoofd), in de hals en in de speekselklieren. De diagnose zal meestal niet direct gesteld kunnen worden, omdat sarcoïdose in dit gebied niet vaak voorkomt en er dus niet dikwijls aan wordt gedacht.

Oren
Bij circa 20% van de patiënten met sarcoïdose van het zenuwstelsel (neurosarcoïdose) zijn vaak meerdere hersenzenuwen aangetast met als gevolg gehoorverlies en evenwichtsstoornissen. Behandeling met corticosteroïden is zinvol bij verschijnselen die nog reversibel zijn, bijvoorbeeld bij plotseling gehoorverlies.

Neus
Behalve in het gezicht (lupus pernio) kan sarcoïdose ook voorkomen op de uitwendige neus. Onderscheid moet dan gemaakt worden met andere afwijkingen zoals lupus, rhinophyma, lues en maligne afwijkingen. De behandeling bestaat uit toedienen van corticosteroïden onder toezicht van een internist, zelden is een chirurgische ingreep noodzakelijk. Bij afwijkingen van het neusslijmvlies en de huid is röntgenonderzoek van de benige structuren van de neus en van de schedel veelal noodzakelijk.

In een studie werd sarcoïdose in de neus vastgesteld bij ca. 1% van ruim 2300 patiënten met aangetoonde sarcoïdose. Sarcoïdose komt in de neus vaker voor dan in het strottenhoofd. De klachten bestaan uit verminderde neuspassage, korstvorming, neusbloedingen en wegvallen van het reukvermogen. De diagnose kan gedurende lange tijd miskend worden (!). Het neusslijmvlies voelt veelal droog aan (met korstvorming) en is kwetsbaar. Gele verdikkingen onder het neusslijmvlies duiden op de aanwezigheid van granulomen, poliepvorming is eveneens mogelijk. Lokaal kunnen de afwijkingen behandeld worden met bijvoorbeeld een corticosteroïdspray en neusspoelingen met fysiologisch zout.


Na het vaststellen van sarcoïdose in het gezicht of in de neus dient verder onderzoek te worden verricht, niet alleen naar andere lokalisaties in de bovenste luchtweg, de neusbijholten en het strottenhoofd (larynx) maar eveneens in de borstkas (mediastinum, longen).

Strottenhoofd (Larynx)
Sarcoïdose in de larynx bevindt zich meestal boven de stembanden (strottenklep en de omgeving) en veel minder vaak op het niveau van de stembanden of daar nog onder. De afwijking kan een onderdeel zijn van algemene sarcoïdose, maar kan ook solitair voorkomen. De afwijking blijft in het begin vaak onopgemerkt.


De symptomen bestaan uit kortademigheid (dyspnoe), slikstoornissen en hoesten. Bij endoscopisch onderzoek worden lichtrode, onregelmatige zwellingen gezien bedekt met intact slijmvlies. Wanneer sarcoïdose in de larynx gepaard gaat met kortademigheid en heesheid is langdurige therapie met een lage dosis corticosteroïden nodig, waardoor een opening maken in de luchtpijp (tracheotomie) meestal kan worden voorkomen. Lokale injecties met corticosteroïden kunnen ook effectief zijn. Zonder behandeling kan een levensbedreigende situatie ontstaan door vernauwing van de luchtweg. Bij kortademigheid kan de obstructie eveneens worden behandeld met lasertherapie. Slechts enkele gevallen van stembandverlamming zijn beschreven, door druk van lymfeklieren in het mediastinum op een zenuw (nervus laryngeus recurrens).

Een enkele keer is sarcoïdose van het strottenhoofd (larynx) bij kinderen beschreven. In de beginfase ontstaan niet-specifieke, algemene klachten zoals vermoeidheid, malaise, gevolgd door hoesten, kortademigheid, koorts en lymfeklierzwellingen.

Hals- en speekselklieren
Verdachte klieren in de hals, bijvoorbeeld boven het sleutelbeen, dienen verwijderd te worden voor microscopisch onderzoek; vaak gebeurt dit in combinatie met een endoscopisch onderzoek (mediastinoscopie). De combinatie van koorts, een ontsteking van het oog (uveïtis), een ontsteking van de grote speekselklier voor het oor (parotitis) en een aangezichtsverlamming staat bekend als het syndroom van Heerfordt. Het is een zeldzame, minder acute vorm van sarcoïdose. De afwijking wordt behandeld met corticosteroïden. Bij isotopen- en röntgenonderzoek van de speekselklieren blijkt dat bij 60-70% van de patiënten met longsarcoïdose een afwijkend beeld van de grote speekselklieren wordt gevonden. Bij twijfel aan de diagnose wordt klein deel van het lipslijmvlies verwijderd en onderzocht.

 
             
© Sarcoïdose Belangenvereniging Nederland SBN